Onder het tabblad Populatie vindt u Cohorten: hiermee stelt u zelf een patiëntengroep samen op basis van het 'behandelpad' dat de patiënt heeft doorlopen óf bepaalde 'voorwaarden'. Optioneel gebruikt u die groep als extra filter op uw (maatwerk) dashboards, Zie de paragraaf 'Een cohort gebruiken in een monitor'.
Waar de switchanalyse laat zien waar patiënten naartoe overstappen, bouwt u met Cohorten zelf de vraag: welke patiënten kregen eerst middel A, daarna middel B, waren minimaal een jaar in behandeling en kregen nooit middel C?
De vragen die u eerder onder Therapieanalyse stelde, stelt u nu hier. Zie de paragraaf 'Tijdsrelatie tussen twee stappen'.
Een cohort opbouwen
De bouwer bestaat uit drie zones. U klikt een blok aan om de invulvelden eronder te openen; het patiëntenaantal wordt automatisch bijgewerkt en staat rechtsboven in de kopbalk, vóór de knop Uitvoeren.
Behandelpad: de stappen die de patiënt doorliep, van links naar rechts. Klik op + stap, kies een of meer middelen (meerdere regels in één stap betekent een van deze middelen) en voeg eventueel een tweede stap toe. Per stap kunt u ook een periode, behandelduur, aantal afleveringen, specialisme, verzekeraar en een startersvariant opgeven.
Voorwaarden: gelden voor de hele patiënt, los van de volgorde. Via + voorwaarde kiest u uit Behandelduur (totaal aantal dagen in behandeling), Start/stop-classificatie (starters, doorlopend, pauzerend, stoppers, eenmalig) en Kreeg ook medicatie.
Nooit: uitsluitingen. Patiënten die het opgegeven middel wél kregen, vallen uit het cohort.

Het bouwen van een cohort start altijd met óf een 'Behandelpad', óf een 'Voorwaarde', of tot slot een combinatie daarvan.
Boven de zones vindt u de balk Scope. Wat u daar invult — Specialisme, Diagnose en Verzekeraar — geldt voor de hele vraag.
Startersvarianten
Starters (dit merk): de patiënt kreeg vóór de Van-datum nog nooit precies dit product. Gebruik dit voor vragen als "nieuwe patiënten op Omlyclo", ook als zij eerder al Xolair kregen.
Starters (deze stof of groep): de patiënt kreeg vóór de Van-datum nog nooit deze werkzame stof, ongeacht het merk. Kiest u in de stap een ATC-groep (bijvoorbeeld L04, immunosuppressiva), dan geldt dit voor de hele groep: patiënten die nog geen enkel middel uit die groep hadden. Dit is de variant voor "hoeveel patiënten zijn nieuw gestart op een middel uit deze groep".
Behandelnaïef (geen eerdere medicatie): de patiënt kreeg vóór de Van-datum nog nooit enig duur geneesmiddel, uit welke groep dan ook. Dit is dus strenger dan de vorige twee: een patiënt die eerder een middel uit een heel andere groep kreeg, telt niet mee.
Voor alle drie de startersvarianten is een Van-datum in de stap verplicht. Zonder startdatum kan niet worden vastgesteld wat "eerder" is. Ontbreekt de Van-datum, dan verschijnt bij de telling de melding dat de gekozen startersvariant een Van-datum vereist.
Nieuw voor deze diagnose is een extra vinkje dat alleen effect heeft samen met een hierboven gekozen 'startersvariant'. Standaard (optie UIT) kijkt Cohorten naar élk eerder gebruik van het middel, ongeacht bij welke diagnose+specialisme-combinatie, oftewel DBC. Met de optie AAN wordt die "eerder gebruikt"-check beperkt tot dezelfde diagnose als het cohort.
Gevolg: patiënten die het middel al eerder kregen voor een ándere diagnose tellen kunnen nu dus wél in het cohort terechtkomen, waar deze eerder weggefilterd werden omdat het middel eerder werd aangetroffen. Deze optie maakt het cohort daardoor meestal ruimer. Voorwaarde: er moet een specialisme+diagnose ingesteld zijn, bovendien is hier ook altijd een "Van"-datum nodig als ijkpunt.
Tijdsrelatie tussen twee stappen (vervanger van het eerdere 'Therapieanalyse')
Tussen twee stappen staat een pil met de tijdsrelatie. Klik erop om te kiezen uit:
daarna: de eerste aflevering van B ligt na de eerste aflevering van A — de basale volgorde.
A afgerond, dan B: de laatste aflevering van A ligt vóór de eerste van B — een echte switch.
binnen … dagen na A: de eerste aflevering van B valt binnen het opgegeven aantal dagen na de laatste van A.
gelijktijdig: B begint terwijl A nog loopt — combinatietherapie.
tussenpoos van … tot … dagen: er zit een pauze van het opgegeven aantal dagen tussen de laatste aflevering van A en de eerste van B.

Resultaten
Klik op Uitvoeren. Onder de bouwer verschijnt het paneel Resultaat met:
een beschrijving van de vraag die u heeft gesteld;
Opbouw: de opbouw van het cohort met per onderdeel het aantal patiënten. Deze aantallen zijn aanklikbaar: u opent dan de patiëntenlijst van die deelgroep, elk met een eigen Excel-export.
een overlap-diagram, wanneer uw vraag uit meerdere groepen bestaat;
de tabel Patiënten. Klik op het icoontje links naast het patiëntennummer om de patiëntkaart te openen. De tabel toont de eerste 100 patiënten; de volledige populatie downloadt u met het Excel-icoon rechtsboven in het paneel.
Kiest u bij een stap voor Starters, dan is een Van-datum verplicht. Zonder Van-datum is niet vast te stellen dat een patiënt daarvóór geen behandeling had; u krijgt daarvan een melding bij de telling.
Cohorten opslaan en openen
Met Opslaan geeft u het cohort een naam en een omschrijving. Opgeslagen cohorten zijn beschikbaar voor alle gebruikers van uw instelling en opent u weer via de keuzelijst 'Openen…'.
Met het prullenbak-icoon verwijdert u het geselecteerde cohort; met Nieuw begint u met een leeg cohort.
Cohort bibliotheek
Via de knop Bibliotheek komt u in de Cohort bibliotheek, met twee tabbladen:
Eigen: uw eigen opgeslagen cohorten. U kunt ze delen met andere ziekenhuizen of downloaden als
.cohort-bestand, en een ontvangen.cohort-bestand weer importeren.Gedeeld: voorbeelden van Pharma-Intelligence en cohorten die andere ziekenhuizen hebben gedeeld — bijvoorbeeld Starters op adalimumab in 2025, Switch: infliximab → vedolizumab of Snelle switch: Xolair → Omlyclo (binnen 90 dagen). Met Dupliceren maakt u er een eigen kopie van die u vrij kunt aanpassen.
De bibliotheek deelt alleen de vraagstelling en de naam van de auteur — nooit patiëntgegevens of resultaten. Een gedeeld cohort levert bij u dus altijd uw eigen patiënten op.
Een cohort gebruiken in een monitor
Een opgeslagen cohort kunt u als filter op een monitor zetten, zodat een grafiek of tabel alleen de patiënten uit dat cohort meeneemt.
Open de bewerkmodus van een (maatwerk) dashboard en voeg een grafiek of tabel toe, of bewerk een bestaand item.
Kies de monitor en zoek links onder Filters het veld Cohort.
Selecteer het cohort. Laat u het veld leeg (Geen cohort — alle patiënten), dan verandert er niets aan de monitor.
Sla het item en het dashboard op.
Het veld Cohort verschijnt alleen wanneer er ten minste één cohort is opgeslagen. Het cohort wordt bij elke berekening opnieuw bepaald: past u het cohort later aan in de bouwer, dan volgt de monitor die wijziging.