Dit interne rapport genereert data over de intervallen tussen afleveringen. De populatie waarover de analyse moet plaatsvinden kan gefilterd worden op basis van een aantal voorwaarden, zoals:
het geneesmiddel of geneesmiddelgroep
de te analyseren periode
voor alle patiënten, een specialisme of de specifieke DBC
De intervallen worden dan voor de populatie en voor de individuele patiënten, die aan deze voorwaarden voldoen, in kaart gebracht.
Hieronder een voorbeeld voor de periode sept ‘19 t/m apr ’20. We zoeken alle patiënten die voldoen aan een aflevering binnen de samengestelde groep geneesmiddelen: “TNF-alfaremmers”, waar bijvoorbeeld infliximab in zit. Verder filteren we op de DBC Morbus Crohn. Na "Toepassen" worden de afleveringen die voldoen aan deze voorwaarden in kaart gebracht en de intervallen berekend.
Aanvullend kan het relevant zijn om het ‘maximaal aantal dagen tot volgende toediening’ in te stellen. Indien het interval tussen de afleveringen langer is dan dit maximum, dan wordt deze niet meegeteld als interval in de berekeningen. Dit is bovenaan de pagina in te stellen. Het instellen hiervan is onder andere relevant om (te) lange onderbrekingen van een behandeling niet van invloed te laten zijn op de berekende intervallen. Ook bij het onderscheiden van kuurcycli kan deze optie worden gebruikt.
In de lijst van patiënten die op basis van de selectie getoond wordt, kan via het pictogram worden doorgeklikt naar de Patiëntkaart.
Aan de hand van bovenstaande afbeelding een uitleg van het rapport. Hier zijn 5 toedieningen en dus 4 intervallen te zien met respectievelijk de lengte, 34, 36, 93 en 35 dagen. Van deze patiënt is het mediane interval 35,5 en het gemiddelde interval 49,5 dagen. Als het maximuminterval onder de 93 wordt ingesteld, dan valt deze uit en verschuiven de mediaan en gemiddelde naar (beide) 35. Het aantal toedieningen blijft 5.